Belasting op milieuvergunningen

Milieuvergunningsplichtige inrichtingen betalen een belasting van 124 euro voor een vergunning van klasse 1 en een belasting van 37 euro voor een vergunning van klasse 2 bij het openen of veranderen van de inrichting.

De belasting is goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2013 en gepubliceerd op deze website op 2 januari 2014.

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2014 en voor een termijn eindigend op 31 december 2019, wordt voor de gemeente een belasting geheven op het openen van vergunningsplichtige inrichtingen, zomede op de daaraan gebrachte veranderingen, wanneer hiervoor een nieuwe vergunning vereist is.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de exploitant of de vergunninghouder naargelang de vergunde inrichting al dan niet bedrijfsmatig in gebruik wordt gesteld. De belasting treft eveneens de exploitant of vergunninghouder van de reeds in bedrijf gestelde inrichting die ingevolge de inwerkingtreding van het Vlarem 1 vergunningsplichtig is geworden.

Artikel 3

De belasting wordt vastgesteld op:

  • 124 euro voor de inrichtingen van eerste klasse
  • 37 euro voor de inrichtingen van tweede klasse

volgens de indeling in bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning.

Indien op een aanvraagdossier gelijktijdig meer dan één indelingsrubriek van het Vlarem 1 van toepassing is in hoofde van dezelfde exploitant of vergunninghouder, dan is enkel de belasting voor de hoogste klasse van hinderlijkheid verschuldigd.

Voor de inrichtingen die slechts gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeente gelegen zijn wordt de belasting vastgesteld naar verhouding tot de oppervlakte van het gedeelte van het complex op het gemeentelijk grondgebied.

Artikel 4

Van de belasting worden vrijgesteld de inrichtingen die ontegensprekelijk een belangrijke bijdrage leveren aan het milieubeleid en het natuurbehoud, zoals imkers en vogelopvangcentra.

Artikel 5

De exploitant van de inrichting zal onmiddellijk een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring geven. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbetaling worden geboekt en t.o.v. de belastingplichtige met een betalingsbewijs worden bevestigd indien geen tegenbericht van de belastingplichtige bij het gemeentebestuur toekomt uiterlijk op de dag voor deze waarop het belastbaar feit zich zal voltrekken.

Bij gebrek aan contantbetaling of in geval deze niet gelijk is aan de reële belastingschuld, berekend op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur nadien beschikt, zal worden overgegaan tot inkohiering, respectievelijk terugbetaling van het verschil.

Artikel 6

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 7

Deze verordening wordt als definitief aanzien indien tijdens het onderzoek de commodo et incommodo geen bezwaren worden ingediend.

Zie ook

Meer info

milieudienst gemeentehuis
milieu@westerlo.be
014 53 91 70