De gemeente heft een belasting van 1 250 euro (geïndexeerd) op leegstaande woningen en gebouwen.
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder
- Beveiligde zending
één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
een aangetekend schrijven of elektronisch aangetekende zending, voor zover de administratie deze mogelijkheid aanbiedt
een afgifte tegen ontvangstbewijs
een email waarvan de ontvangst per kerende bevestigd werd naar belastingen@westerlo.be - Eengezinswoning
Elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden. - Gebouw
Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. - Kamer
Een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt. - Leegstaand gebouw
Een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor
gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding , of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke
beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet
aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid. - Leegstaande woning
Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding, milieuvergunning of melding, omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de
omgevingsvergunning die voor de woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien de woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet
aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid. - Leegstandsregister
Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9. Vlaamse Codex Wonen. - Opnamedatum
Fe datum waarop de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt opgenomen. - Verjaardag
Het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum. - Houder van het zakelijk recht
De persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal,
erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning. - Woning
Elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
Artikel 2 Belastbare grondslag
2.1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de leegstandsheffing, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
2.2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
2.3. Zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.
2.4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een woning of gebouw geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als nieuwe opnamedatum en aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
Artikel 3 Belastingplichtige
3.1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de leegstandsheffing houder van het zakelijk recht is van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw.
3.2. Zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in 3.1, op de verjaardag van de opnamedatum de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
3.3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
3.4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger en notaris, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.
Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris
- adres en de kadastrale gegevens van de overgedragen woning of het gebouw
De overdrager van het zakelijk recht kan de notaris vragen om dit in zijn plaats te doen.
Zonder deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van 3.1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 4 Berekening van de leegstandsheffing
4.1. Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op:
- voor een leegstaand gebouw: 1 250 euro
- voor een leegstaande woning:
a) 1 250 euro voor een eengezinswoning
b) 90 euro voor een kamer
c) 370 euro voor elke andere woning dan deze vermeld onder a) en b)
De bedragen vermeld in 4.1,1° en 2° zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van november 2009. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand november die de aanpassing voorafgaat.
4.2. De belasting wordt vermenigvuldigd met een factor 1,50 per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw op de inventaris staat, met een maximum van vijf.
4.3. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een woning of gebouw geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als nieuwe opnamedatum en aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
4.4. Voor elke woning of gebouw opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister en op 31 december 2009 opgenomen was in de gelijknamige gewestelijke inventaris kan de belasting vermeerderd worden met het aantal volledige termijnen van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in de gewestelijke
inventaris van leegstaande woningen en gebouwen was opgenomen.
Artikel 5 Vrijstellingen
5.1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
- de belastingplichtige die geheel of gedeeltelijk volle eigenaar is van 1 enkele woning, indien de belastingplichtige als laatste bewoner ingeschreven was op het adres van deze woning in het bevolkingsregister en de woning de enige woning in zijn/haar bezit is
- de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling
- de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing
- De belastingplichtige die de verwaarlozing laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend
- De belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is.
5.2. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:
- gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan
- geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld
- krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument
- deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap
- vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling kan maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren toegekend worden
- onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 2 aanslagjaren volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik verleend kan worden
- gerenoveerd wordt op basis van werken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is of op basis waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is.
- voor vergunningsplichtige handelingen: blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning of een omgevingsvergunning voor bouwkundige handelingen voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang dient te worden geboekt. Deze vrijstelling kan maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen, toegekend worden. Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van de vergunning toegekend. Voor de tweede en derde aanslag wordt de vrijstelling toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat er op de datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt ten opzichte van het voorgaande jaar (op basis van foto’s, aankoopfacturen, overige documenten…)
voor niet-vergunningsplichtige handelingen: blijkens een renovatiedossier dat de belastingplichtige zelf samenstelt met foto’s, aankoopfacturen en documenten waaruit voldoende blijkt dat het gebouw of de woning in staat van renovatie is, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang dient te worden geboekt. Deze vrijstelling kan maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren toegekend worden. Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van het renovatiedossier toegekend. Voor de tweede en derde aanslag wordt de vrijstelling toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat op datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt ten opzichte van het voorgaande jaar (op basis van foto’s, aankoopfacturen, overige documenten…)
Voorafgaand aan de toekenning van bovenstaande vrijstellingen voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen kan de gemeente een plaatsbezoek uitvoeren. Indien een plaatbezoek tot vaststelling van de vooruitgang van de werken wordt
geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot het gebouw en/of de woning, dan kan de toekenning van de vrijstelling worden geweigerd.Bovenstaande vrijstellingen voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning kunnen gecombineerd worden, met dien verstande dat deze vrijstellingen, indien gecombineerd, ook maar maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren toegekend kunnen worden.
Bij overdracht van het zakelijk recht heeft de nieuwe belastingplichtige ook recht op een vrijstelling voor renovatie met of zonder omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstellingen, indien gecombineerd, ook maar maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren toegekend kunnen worden.
- het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30., §2 Vlaamse Codex Wonen
- het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen;
10° ingeschreven staat in het gemeentelijk register van tweede verblijven
11° vervat is in een project dat aangemeld is bij de VMSW via het Projectportaal conform artikel 4.13 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
5.3. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de leegstandsheffing, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 4, doorloopt.
Artikel 6 Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een lijst, kohier genoemd, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 Betaling van de belasting
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8 Bezwaar tegen de aanslag
8.1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt binnen 15 dagen na de indiening ervan een ontvangstmelding afgegeven.
8.2. Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 9
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen zijn van toepassing op dit belastingreglement.
Artikel 10
De gemeenteraadsbeslissing van 23 januari 2023 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake de leegstandsheffing op de leegstand van woningen en gebouwen wordt vervangen door onderhavig reglement.
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031. Het reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 tot en met 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Besluit gemeenteraad van 15 december 2025